“Dynamische zuivelketen”

 

Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ)

Het gaat de Belgische zuivelindustrie voor de wind. De sector heeft de opheffing van het melkquotum aangegrepen om fors te investeren en in te zetten op innovatie. Met resultaat, want de melkaanvoer steeg het afgelopen decennium met meer dan een kwart, terwijl de melkverwerking zelfs met 45% toenam. Even opgetogen is afgevaardigd bestuurder van de Belgische Confederatie Zuilvelindustrie (BCZ) Renaat Debergh over de verdere verduurzaming van de sector, al blijft hij op zijn hoede voor de mondiale politieke onstabiliteit.

Stijgende aanvoer en verwerking

Sinds 1 april 2015 behoort het door Europa opgelegde melkquotum tot de verleden tijd. De afschaffing van die productiebeperkende maatregelen werd in 2003 aangekondigd en vanaf 2008 geleidelijk ingevoerd. De melkveehouders en zuivelindustrie hebben van die ‘zachte landing’ gretig gebruik gemaakt om te anticiperen. Nu het quotum helemaal tot de verleden tijd behoort, zetten ze die evolutie verder. De melkaanvoer steeg tussen 2006 en 2016 van 2,9 miljard liter naar meer dan 3,6 miljard liter, goed voor een toename van 26%. Dankzij een netto-invoer van 0,8 miljard liter verwerkte de sector in totaal zelfs 45% meer op tien jaar tijd. In 2017 dikte de melkaanvoer bovendien nogmaals met 3,6% aan.

Renaat Debergh: “Het einde van de quota speelde in de kaart van landen met traditie en expertise op het vlak van melkproductie- en verwerking. België behoort zonder meer tot dat kransje. Onze zuivelindustrie zette het afgelopen decennium fors in, met als zwaartepunt een gemiddelde jaarlijkse investering van 140 miljoen euro tussen 2011 en 2015. Die inspanningen situeren zich op het vlak van capaciteit, duurzaamheid en modernisering van het productieproces, gekoppeld aan innovatie in het assortiment.”


Hoe is die zuivelproductie per segment geëvolueerd?

“Het productieaandeel van kaas, melkdranken en verse zuivelproducten nam het sterkst toe. Daarnaast vergrootte ook de focus op hoogwaardige ingrediënten voor de voedingsindustrie en voor babyvoeding. Illustratief zijn de nieuwe poederinstallaties van Milcobel en de investeringen bij Solarec. Het belang van consumptiemelk binnen de totale productie van zuivel nam het sterkst af, met een daling van 6,6% tussen 2006 en 2016.”

De Belgische consument drinkt al een tijdje minder consumptiemelk, ook al was er in 2017 een lichte opvering. Is melk nog één van de belangrijke steunpilaren binnen ons voedingspatroon?


“De consument eet vaker onderweg. Een glas melk is niet langer voor iedereen een wezenlijk onderdeel van het ontbijt. Die veranderende levensstijl valt niet te stoppen. We moeten als sector wel het belang van melk als leverancier van essentiële voedingsstoffen benadrukken. Melk en zuivel zijn voedingsmiddelen met een hoge dichtheid aan nutriënten. Ze leveren veel vitaminen en mineralen, maar relatief weinig calorieën. Uit een wetenschappelijke studie in The American Journal of Clinical Nutrition blijkt dat voeding meer is dan de optelsom van nutriënten. Voedingsstoffen werken niet geïsoleerd, maar interageren. De zuivelmatrix toont aan dat zuivel een gunstiger effect heeft op het risico op hart- en vaatziekten, overgewicht en diabetes dan algemeen aangenomen.”

Het succes van Griekse yoghurt is opvallend, zeker gezien het hogere vetgehalte…

“De lighthype ligt al een tijdje achter ons. De consument beseft dat dieetproducten niet noodzakelijk gezonder zijn. Waar boter lange tijd met de vinger werd gewezen, oogst margarine nu veel kritiek. Het kan dus snel verkeren. Op het vlak van gezondheid zien we een stijgende populariteit van lactosevrije melk. Die valt te rijmen met het grotere aantal intoleranties. Verder groeit biozuivel gestaag, al blijft het marktaandeel van 3,2% in 2017 vrij gering.”

Aandachtspunten op wereldmarkt


Hoe positioneert de Belgische zuivelsector zich internationaal?


“De handelsbalans was tot voor enkele jaren uitgesproken negatief. Dat valt onder meer te verklaren aan de hand van de massale invoer van Franse en Nederlandse kazen. De toegenomen melkleveringen en grotere uitvoer van melkpoeder, kaas en boter zorgden het afgelopen decennium voor een kentering. We tekenden zowel in 2010 en 2014 een handelsoverschot op. In 2015 en 2016 was België nipt netto-invoerder, maar de evolutie op langere termijn is uitgesproken positief.”

 

Hoe zwaar weegt het Russische handelsembargo op de sector?

“De zuivelexport vanuit België richting Rusland was voorheen vrij beperkt. We voelden vooral de gevolgen van het ruimere plaatje. Tot voor het embargo werd een kwart van de Europese uitgevoerde kaas op de Russische markt afgezet. Plots moest 240.000 ton kaas een andere bestemming krijgen. Die situatie zette de volledige Europese zuivelindustrie onder druk. De markt heeft zich ondertussen geheroriënteerd en de impact van het embargo uitgewist. Het voorval leert ons wel hoe groot de gevolgen van één politieke beslissing kunnen zijn. We beseffen maar al te goed dat zo’n scenario zich in de toekomst opnieuw kan aftekenen. Waakzaamheid is raadzaam.”

Met de Brexit loert nog een onzekere factor om de hoek.

“Het Verenigd Koninkrijk is de vijfde grootste exportbestemming van onze zuivelbedrijven. Het hoeft niet gezegd dat we een harde Brexit niet bepaald op gejuich zouden onthalen. Met bijna 40% uitvoerwaarde zou het effect het hardst voelbaar zijn bij onze kaasproducenten – en bij de fabrikanten van smeltkaas en mozzarella in het bijzonder. We hopen uiteraard dat de soep niet zo heet wordt gegeten als ze wordt opgediend. De dalende Britse pond oefende het afgelopen jaar sowieso al een negatief effect uit op onze handelsbalans.”

Welke afzetmarkten groeien het snelst?


“De export van onze zuivelproducten binnen Europa steeg tussen 2011 en 2016 met 5%. Nog sneller groeide de Aziatische afzetmarkt, met een stijging van maar liefst 9%. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor onder andere Indonesië, China en de Filippijnen. Hoewel de uitvoer richting Amerika en Oceanië beperkt is, krijgen we er steeds beter voet aan de grond. Ik zie verder een mooie groeimarge in Afrika. De totale wereldvraag naar zuivel stijgt jaarlijks met ruim 2% en de mondialisering zet zich almaar verder door.”

Volatiele melkprijzen


De boterprijs bereikte in september 2017 met 679 euro per 100 kilo een historische piek. Hoe is die sindsdien geëvolueerd?

“De prijs daalde vanaf oktober fors. Het jaar werd afgesloten met een koers van om en bij de 400 euro per 100 kilo. Dat was ongeveer hetzelfde niveau als een jaartje eerder. De eerste maanden van 2018 steeg de boterprijs opnieuw tot meer dan 550 euro per 100 kilo. De markt blijft dus volatiel.”

De hoge boterprijzen hebben de melkprijs in 2017 gestuwd naar een gemiddeld niveau van 36 euro per 100 liter. Dreigt een dalende boterprijs de melkprijs onder druk te zetten?


“De boterprijs bedroeg begin 2016 minder dan 250 euro per 100 kilo. In dat dal zie ik ons niet meteen weer terechtkomen. Daarnaast is ook melkvet voor de productie van volle yoghurt, Griekse yoghurt en kaas gegeerd. Het ziet ernaar uit dat de melkprijzen een redelijk niveau blijven halen.”

 

De Boerenbond vreest de impact van de lage prijzen voor mageremelkpoeder. Vooral de Europese interventievoorraden zijn een doorn in het oog.


“De Europese Commissie wil de poederstocks de komende maanden sterk afbouwen. Eind april heeft de Commissie voor het eerst 24.000 ton verkocht via een openbare aanbesteding. Dat heeft de melkpoederprijs lichtjes doen opveren. Wanneer de stock blijft slinken aan dat tempo, zou de koers zijn positief elan moeten verderzetten. Europa heeft bovendien aangekondigd om dit jaar geen melkpoeder aan te kopen.”

Focus op duurzaamheid

 

 

 

 

 

 

 

2018_05_02_grafieken uit duurzaamheidsrapport


Welke resultaten uit de duurzaamheidsmonitor stemmen u het meest tevreden?

“De sterke daling van de carbon footprint werd reeds ingezet voor de invoer van de monitor. De sector is er dankzij een breed gedragen engagement in geslaagd om op vijftien jaar tijd, namelijk van 2000 tot 2015, de uitstoot van broeikasgassen voor rauwe melk met 26% te reduceren. Dankzij de monitor krijgt de sector extra handvaten om dat continue proces verder te zetten. De inspanningen die de melkveehouders leverden op het vlak van duurzame energieproductie en energiebesparende maatregelen vind ik opmerkelijk. De efficiëntere melkophaling springt eveneens in het oog. Ondanks de intensieve reiniging die de productie van ingrediënten voor babyvoeding daalde het waterverbruik van de verwerkende industrie met 7%.”

Waar ziet u nog werkpunten?

“Ik denk dat we op het niveau van de melkveebedrijven – ondanks de grote stappen die we al hebben gezet – nog betere resultaten kunnen boeken op het vlak van duurzame energieproductie en het hergebruik van water. Slechts 3% van de melkveehouders beschikt over een energieaudit. Dat kan beter. In Nederland kiezen enkele bedrijven al voor elektrisch oppompen, zonder dat de vrachtwagenmotor moet blijven draaien. Daar zie ik wel een toekomst in. Eén van de melkophaalwagens van onze leden rijdt op aardgas. De zuivelverwerkers volgen ook de piste van melkophaalwagens op biogas. Dat gas zouden melkveebedrijven kunnen produceren met behulp van kleinschalige vergistingsinstallaties. Die zelfvoorziening klinkt als muziek in de oren. De verwerkende industrie moet blijven zoeken naar manieren om nog energie-efficiënter te werken en die duurzaamheidsinitiatieven nog beter in de kijker plaatsen.”

Alle inspanningen ten spijt associeert het grote publiek landbouwproductie nog vaak met een hoge uitstoot van broeikasgassen.

“Landbouw komt slechts op de vijfde plaats op het vlak van de uitstoot van broeikasgassen, na de industrie, energieproductie, transport en de huishoudens. Gras biedt een meerwaarde in de bestrijding van erosie of het opslaan van koolstof. Meer dan een kwart van het landbouwareaal is permanent grasland en mag omwille van milieuredenen geen andere bestemming krijgen. En op welke manier kan je dat grasland beter valoriseren dan met de productie van melk, een voedzaam product? Ik vind dat we die boodschap nog te weinig communiceren.”

Duurzaamheidsmonitor zuivel

Samen met de landbouwpartners (Boerenbond, ABS en FWA) werkte de Belgische zuivelindustrie in 2014 een sectorbreed duurzaamheidsprogramma uit, dat zowel de productie (melkveehouderij), ophaling (transport) als de verwerking (zuivelfabrieken) aftoetst.

De resultaten

  • Melkveehouders

De melkveehouders hebben keuze uit een lijst van 35 duurzaamheidsinitiatieven, gebundeld in zeven thema’s: dierengezondheid en dierenwelzijn, energie, milieu, dierenvoeding, water, bodem en sociale en economische duurzaamheid. De melkveehouder bepaalt zelf zijn prioriteiten. Ze worden driejaarlijks geauditeerd door een onafhankelijk controleorganisme. Op die manier wordt de vooruitgang over het hele land gemeten. De resultaten van de eerste inventarisronde (periode 2014-2016) werden recent vrijgegeven. In 2016 paste elk melkveebedrijf gemiddeld elf duurzaamheidsinitatieven toe, tegenover negen in 2014. 93% van alle bedrijven realiseerde één of meer initiatieven. Binnen elk van de zeven thema’s werd vooruitgang geboekt.

De belangrijkste realisaties:
– 78% werkt met een vaste dierenarts
– 55% zet in op vachtverzorging
– 32% neemt energiebesparende maatregelen
– 51% optimaliseert de voederefficiëntie
– 46% optimaliseert de mineralenefficiëntie

De tweede inventarisronde is ondertussen aan de gang, met een voorlopig gemiddelde van 13,50 duurzaamheidsinitiatieven per bedrijf.

  • Melkophaling

Tussen 2006 en 2016 daalde het brandstofverbruik per 1.000 liter opgehaalde melk met 9%. De hoeveelheid opgehaalde melk per ophaalwagen steeg dan weer met 49%. Ruim negen op tien ophaalwagens voldoet aan de EURO5-norm. Als verbeterpunten worden het energie-efficiënter oppompen van melk, het gebruik van milieuvriendelijkere brandstof en een verdere optimalisatie van de transportroutes aangehaald.

  • Melkverwerking

Per ton eindproduct daalde het energieverbruik met 13%, de CO2-uitstoot met 22% procent, het waterverbruik met 7% procent en het restafval met 55%.

 

 

Renaat Debergh: “Dankzij de duurzaamheidsmonitor krijgt de sector extra handvaten om het continue proces van verduurzaming verder te zetten.”

 

 

 

 

 

 

 

 

BCZ: representatief voor de sector
De Belgische Confederatie van de Zuivelindustrie (BCZ) is de beroepsvereniging van de zuivelindustrie in België. De leden van BCZ zijn de zuivelondernemingen. Ze halen ongeveer 98% van de melk op bij de boer voor de verwerking tot zuivelproducten. BCZ vertegenwoordigt 95% van het omzetcijfer van de zuivelindustrie en behartigt de belangen van de zuivelondernemingen. Daarnaast neemt BCZ op constructieve wijze deel aan het maatschappelijk debat over onderwerpen waar melk en zuivelproducten aan de orde zijn, zoals voedselveiligheid, gezonde voeding en duurzaamheid. Renaat Debergh: “We kiezen voor een positieve benadering. Een mooi voorbeeld is dat de zuivelindustrie zich er toe heeft geëngageerd om in het kader van het Convenant Evenwichtige Voeding de hoeveelheid toegevoegde suikers tussen 2012 en 2020 met 8% te verlagen. De eerste fase waarbij een daling van 3% tussen 2012 en 2016 succesvol werd nagestreefd, resulteerde in verschillende innovatieve oplossingen vanuit de sector.”

 

+ eventueel nog enkele grafieken (volgen via mail)