Hoe verliep de omzet bij de Nederlandse bakkers tijdens de coronacrisis?

Het is altijd interessant om eens over de grens te kijken. Hoe hebben de Nederlandse bakkers het gedaan tijdens de pandemie? Beko is een coöperatie van en voor bakkers. Beko heeft een vrij nauwkeurig inzicht in de omzetten van de Nederlandse bakkers tijdens de coronacrisis. De gegevens van Beko’s verkoopbarometer hebben alleen betrekking op de detailhandelsverkopen tot en met week 19 van 2020 (t.e.m. 12 mei 2020). De grootste conclusie is dat de gevolgen van de crisis voor elke bakker verschillend zijn.

Beko Advies concludeert in het algemeen dat de invloed van de crisis voor elke bakker verschillend is. Als een ondernemer aanzienlijke inkomsten genereert in het derde kanaal (supermakrt, restaurants, hospitality, events …) en het hotelwezen bijvoorbeeld sterk vertegenwoordigd is in dit kanaal, zal dit een belangrijke invloed hebben op de bedrijfsresultaten. Aan de andere kant zijn de bakkerijen die dan bijvoorbeeld aan de supermarkten leveren erin geslaagd hun omzet in dit kanaal te verhogen.

Locatie is ook belangrijk

Deze positie is veruit de belangrijkste factor in de ontwikkeling van de verkoop in de winkel. Gedurende de hele periode heeft Beko Advies een sterke daling van de verkoop in de winkels van de stad vastgesteld of in een zogenaamde supraregionaal winkelcentrum met meer dan 50 winkels meegemaakt.

Dit is in overeenstemming met de door de regering uitgevaardigde richtlijnen. Iedereen moest zoveel mogelijk vanuit huis werken en in het begin werden ook veel winkels in het centrum gesloten. De consument maakt deel uit van de stad en de drukte.


Het aantal verkopen in de steden is dramatisch gedaald.

Als gevolg daarvan kwam het aantal kassabonnen in een paar weken tijd met meer dan 40% vertraging. In de afgelopen twee weken is het aantal consumenten weer toegenomen in de steden en grotere winkelcentra, maar de fluctuatie in de stadscentra ligt nog steeds rond de -15%. Nu de maatregelen na 1 juni nog gematigder zijn geworden, rijst de vraag of het herstel zich zal voortzetten.


Lokale bedrijven

De eerste weken van de sluiting waren vooral goed voor winkels in wat kleinere steden of dorpen. Consumenten kozen ervoor om hun producten bij de plaatselijke winkelier te kopen uit angst voor overbevolking van de supermarkten of het feit dat de schappen soms leeg waren.

De campagne “Lokaal kopen” zal ook hier zeker een positief effect hebben gehad. Zelfs de eerste weken van de crisis werden gekenmerkt door enorme toestroom vanwege de hamster-atittude van veel consumenten. Dit leidde tot een aanzienlijke stijging van de verkoop in sommige winkels. Hoewel het piekniveau zich in de daaropvolgende weken enigszins stabiliseerde, bleven de inkomsten in de meeste winkels aanzienlijk hoger dan in het voorgaande jaar.


Pasen en verkoop

Een vergelijking van de paasverkoop (hier worden de weken voor en na Pasen in ogenschouw genomen en samen vergeleken) met vorig jaar laat een gemiddeld groei zien van 1,8%. Dit percentage werd sterk beïnvloed door de negatieve omzet bij de “stadswinkels”. Ook winkels in toeristische gebieden, bijvoorbeeld aan de kust, hadden moeite zich aan te passen. De andere winkels hebben een aanzienlijke omzetstijging geboekt.

Hetzelfde gold voor Koninginnedag. In veel gevallen waren de oranje producten ‘s morgens al uitverkocht. Over het algemeen liet Moederdag in week 19 ook een aanzienlijke stijging zien ten opzichte van het jaar ervoor. De winkels in de stadscentra hebben hier niet van geprofiteerd.


Aanzienlijk hogere uitgaven per klant

Over de gehele periode van 10 weken bedroeg het gemiddelde stijging van de meeromzet 4,2% ten opzichte van het voorgaande jaar. Het aantal kassatickets daalde met 4,6%. De gemiddelde meeraankoop per individuele klant, die beduidend hoger lagen, zijn dan ook in de eerste plaats verantwoordelijk voor de stijging van de omzet. De gemiddelde uitgave in 10 weken bedraagt 8,20 € (in 2019 was dat 7,50 €). Een stijging van 9,3%.

De gecumuleerde gemiddelde cijfers voor de eerste 19 weken van dit jaar laten een stijging van de omzet zien van 2,7%. Dit wordt verklaard door een stijging van de gemiddelde uitgaven met 5,4% en een daling van de kassatickets met 2,5%.

De daling van het aantal kassatickets is opvallend hoger bij de winkels met een hoge omzet. Dit komt doordat winkels met een omzet van meer dan 12.000 euro vooral in steden en grote winkelcentra gevestigd zijn.

  • Beko Advies heeft voor deze meetperiode niet voldoende gegevens om iets te kunnen zeggen over de ontwikkeling van de verkoop in het derde kanaal. Het is moeilijk om een volledig beeld te krijgen van de situatie.