Hoe kwam de croissant in onze streken terecht?

Viennoiseries – en croissants in het bijzonder – zijn sterk in trek, zeker als ontbijt. In Frankrijk nog iets beter geliefd en meer geconsumeerd dan in België. In zijn podcast onderzoekt Olivier Poels voor de Franse radiozender Europe 1 de oorsprong van deze bakkerijproducten. Iedereen wist al dat ze uit Oostenrijk kwamen. Hoe geraakten ze echter in onze streek? Via de Oostenrijkse prinses en latere koningin Marie-Antoinette die huwde met de Franse vorst Louis XVI, zo blijkt.

Chocoladekoek (of chocolatine), rozijnenbrood, botercroissants … deze categorie van bakkerijproducten is afkomstig uit Oostenrijk en niet uit Frankrijk, alhoewel ze vandaag nergens meer geliefd zijn dan in Frankrijk. In zijn podcast Les Papilles de la Nation kijkt Olivier Poels in het programma Historiquement Vôtre terug op de geschiedenis van deze benaming en meer in het bijzonder op die van de botercroissants.

Croissants, een gebakje om Ottomanen te beschimpen…

Croissants komen uit Oostenrijk en meer in het bijzonder uit Wenen. Volgens een van de legendes over dit onderwerp werd dit ontbijtproduct geboren tijdens de belegering van de stad door de Turken in 1683. “De Ottomanen waren klaar om de stad vroeg in de ochtend aan te vallen. Ze waren begonnen met het graven van tunnels”, zegt Olivier Poels. “Maar de bakkers stonden vroeg op, hoorden het lawaai en sloegen alarm, waardoor de stad niet werd ingenomen.

Om deze overwinning op de Ottomanen te vieren, zouden de bakkers van de stad een gebakje in de vorm van een sikkel, het Turkse embleem, hebben gemaakt als een miniatuur aan de verslagenen. Het gebak werd later erg populair in Wenen, maar onder een ander recept dan het huidige. Omdat bladerdeeg nog niet was uitgevonden, werden de croissants in die tijd gemaakt van licht verbeterd brooddeeg.


Specialiteiten uit Wenen

De croissant kwam pas in de jaren 1770 via Marie-Antoinette van Oostenrijk in Frankrijk aan. Deze prinses, dochter van de Oostenrijkse koningin Marie-Theresia en bruid van de Franse vorst Lodewijk XVI bracht ze mee in haar bagage, samen met andere Weense specialiteiten, vandaar de naam Weens gebak (viennoiserie). In de jaren 1830 openden twee Oostenrijkers, August Zang en Ernest Schwarzer, “La boulangerie viennoise” in Parijs aan de rue de Richelieu, waar ze de croissant en andere Weense specialiteiten verkochten. De producten werden een groot succes en inspireerden allerlei imitators. Het succes van de “viennoiseries” was niet meer te stuiten..

Het eerste recept voor een croissant met bladerdeeg verscheen pas in 1905, gevolgd door het recept voor de botercroissant in 1920. Het Weense gebak is een succes dat achttien jaar later de gastronomische Larousse werd afgedrukt.

Bron: Europe 1

Foto: Wikimedia Commons