Koeling, liever niet het gespreksonderwerp

Koeling vormt een belangrijke factor binnen het productie- en presentatieproces. Achter de schermen zorgt ze voor een optimale bewaring van je gamma, terwijl ze in de winkel de producten optimaal presenteert en de versheid ervan verzekert. Toch is het niet één van de eerste zaken waar de vakman aan denkt bij een nieuwe winkel- of atelierinrichting. Volkomen ten onrechte, als je het ons vraagt.

Wanneer we bij bakkers peilen naar de tevredenheid over hun winkel en werkplaats, komt het aspect koeling zelden direct ten sprake … Tenzij die niet naar behoren werkt. Dan behoort ze met-een ook tot één van de grootste frustraties. Wispelturigheid, een te hoog energieverbruik of een bewaring die niet honderd procent aan de wensen voldoet, het behoort allemaal tot het lijstje absoluut te vermijden situaties.

Design en koelkwaliteit

Wat de winkeltoonbank betreft, komt het erop aan de koeling van bij de eerste schets in het ontwerp te integreren. Een inschatting van de benodigde koelcapaciteit per productgroep is cruciaal. Gekoelde toonbanken, zelfbedieningsmeubels of wandkoeling … De opties zijn tegenwoordig legio, in uiteenlopende designs en afwerkingen bovendien. Idealiter reikt je winkelinrichter een oplossing aan die een optimale koelkwaliteit met de gedroomde vormgeving verenigt. Het voorstellen van de aangewezen koeltoonbank is één ding, het plaatsen en onderhouden ervan een ander. Je gaat daarom best in zee met een leverancier die bedrijfszekerheid garandeert. Vraag hem dus zeker hoe snel hij anticipeert op mogelijke defecten. Een falende koeltoonbank betekent immers al snel een verlies van je dagverse producten, de nodige tijd om de activiteiten terug op te starten en mogelijk ook imagoschade tegenover de klant.

Een ander belangrijk aspect is ergonomie. Wie een nieuwe winkel installeert, hoopt er al snel minimum vijftien jaar van te genieten. Ga dus voor jezelf en je team na wat de optimale presentatiehoogte en -diepte is en hoe de winkelinrichter daar kan op anticiperen.

Wat met de koelcel?

Fabrikanten van koel- en klimaatinstallaties staan vandaag voor de opdracht hun klanten een oplossing aan te reiken die het milieu spaart, aan de huidige en toekomstige regelgeving voldoet, de beste prestaties levert en liefst ook nog kostenbesparend is. Zeker in de winkel, maar in het atelier in het bijzonder vormt de koeling een grote energievreter. Nieuwe installaties blijken over het algemeen veel energiezuiniger dan de koelcellen van weleer. Dat komt onder meer tot uiting in een betere isolatie van de wanden. Maar je kunt ook met aanpassingen aan je aanwezige installatie de energiefactuur drukken. Zorg dus voor een regelmatig onderhoud van de koelinstallatie en laat die na verloop van tijd grondig reviseren.

Duurzaamheid brengt verandering

De grootste transitie tekent zich sinds enkele jaren af op het vlak van duurzaamheid. De Europese Unie wil met een aangepaste wetgeving het gebruik van synthetische koudemiddelen in koel- en vriesinstallaties terugdringen. Ze ging daarom anderhalf jaar geleden over tot een algemeen verbod op koudemiddelen met een GWP-waarde van meer dan 2500. Die GWP-waarde geeft aan in welke mate het gebruikte koudemiddel een impact heeft op de opwarming van de aarde. Dat betekent concreet onder meer dat de wetgever het bij ons courante koudemiddel R404a uitfaseert. Je mag je bestaande installaties nu enkel nog bijvullen met gere-cycleerd of geregenereerd R404A. Vanaf 1 januari 2030 is ook het gebruik daarvan totaal verboden.

Natuurlijke koudemiddelen

Steeds meer nieuwe koelinstallaties draaien bijgevolg op natuurlijke koudemiddelen als CO2, propaan of ammoniak. Die oplos-singen zijn milieuvriendelijk en energiezuinig. Hiermee voldoe je ook op lange termijn aan de wetgeving. Wanneer we ons toespitsen op de kleinere, niet-industriële bakkerij, dan is vooral CO2-koeling aan een felle opmars bezig. Die koeltechniek biedt bovendien mogelijkheden op het vlak van warmterecuperatie, terwijl je ook aanspraak maakt op overheidspremies.