Pensioengelijkheid voor zelfstandigen

Vanaf 1 januari 2021 ontvangt u meer dan 40% extra pensioen voor elk jaar van uw loopbaan. Dit is het gevolg van de afschaffing van de zogenaamde correctiecoëfficiënt. Sinds de jaren tachtig wordt het pensioen van zelfstandigen berekend op basis van 69% van de beroepsinkomsten. Deze correctiecoëfficiënt is ingevoerd om rekening te houden met de lagere socialezekerheidsbijdragen van zelfstandigen in vergelijking met werknemers.

Aangezien de socialezekerheidsbijdragen vandaag min of meer gelijk lopen, heeft de regering besloten die oude berekeningsmethode af te schaffen. De Kamer heeft een wetsontwerp in die zin van de minister voor Zelfstandigen, David Clarinval (MR), aangenomen. Voortaan wordt het pensioen van zelfstandigen op dezelfde wijze berekend als dat van werknemers. Dit kan betekenen dat zelfstandigen enkele honderden euro’s per maand meer ontvangen.


Bakkers ontvangen hoger pensioen

Met elk gewerkt jaar vanaf 2021 ontvangt u 40% meer pensioen! De nieuwe pensioenberekening is ten vroegste van toepassing op pensioenen vanaf 1 januari 2022. Voor alle jaren tot en met 2020 zal het pensioen volgens het oude systeem berekend blijven worden. Bij de berekening van de pensioenen die vanaf 2021 worden verworven, zal niet langer rekening worden gehouden met de aanpassingscoëfficiënt.

Dicht bij uw pensioen? Weinig effect!

De maatregel zal nog geen grote gevolgen hebben voor mensen die dicht bij hun pensioen staan, maar op lange termijn zal hij een groot verschil maken. Voor elk jaar dat wordt berekend zonder de aanpassingscoëfficiënt toe te passen, wordt 127 euro toegevoegd aan de pensioenrechten. Dit komt neer op slechts 10,58 euro per maand gedurende één jaar, maar als rekening wordt gehouden met een volledig arbeidsleven van 45 jaar, loopt dit al snel op tot 5 730 euro per jaar of 477 euro per maand.


Gelijke pensioenen voor zelfstandigen: hoe?

Gelijkheid ontstaat doordat de correctiecoëfficiënt in de teokomst zal verwijderen bij het berekenen van het pensioen. Aangezien zowel de werkgever als de werknemer sociale zekerheidsbijdragen voor de werknemer betalen, is het bedrag van de betaalde bijdragen voor het pensioen hoger (dan voor een zelfstandige). Daarom moet op zelfstandigen een “correctie” van 0,69 worden toegepast, een coëfficiënt die het verschil aangeeft tussen wat een werknemer aan pensioenbijdragen betaalt en wat een zelfstandige daarvoor in de plaats betaalt. In het bijzonder:

Voor een werknemer is de formule voor de berekening van een arbeidsjaar dus: 
1/45 x maximumsalaris x 60 of 75%.
Voor zelfstandigen is de berekening identiek, maar met toevoeging van de "aanpassingscoëfficiënt": 
1/45 x maximumloon x 60% of 75% x 0,69.

Bij eenzelfde gemiddeld inkomen ontvangt een zelfstandige dus nog steeds slechts 69% van het pensioen van een werknemer. Tot nu. Omdat deze “correctiecoëfficiënt” van 0,69 eindelijk is afgeschaft.