Zaakvoerder bakkerij Charif in Mechelen voor rechter

De voormalige zaakvoerder van de bakkerij Charif in Mechelen moest op 26 februari terechtstaan. Hij had illegale immigranten in dienst, hoewel ze niet geregistreerd waren. De arbeidsinspecteur sprak van een “moderne vorm van slavernij” en eiste een effectieve gevangenisstraf van 2 jaar.

De arbeidsinspectie in Mechelen deed eerder dit jaar een inval in de bakkerij in de Grote Nieuwedijkstraat in Mechelen. Er waren drie mensen aanwezig op dat moment. Tijdens de inspectie werd vastgesteld dat zij niet over geldige papieren beschikten. Deze drie mensen verbleven niet alleen illegaal in ons land, maar waren ook illegaal tewerkgesteld in de bakkerij in Mechelen. Tijdens de inspectie ontdekten de inspecteurs ook dat de drie personen waren ondergebracht in een kamer boven de bakkerij.

Onmenselijk

“Onder onmenselijke omstandigheden,” zei arbeidsinspecteur Gianni Reale “Er lagen overal uitwerpselen en de drie moesten op een matras op de grond slapen.” Het trio zei ook dat ze 40 euro per maand betaald kregen, maar daarvoor van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat moesten werken. “Er werd niet alleen hard gewerkt voor een zeer laag loon, maar ze werden ook met een camera in de gaten gehouden en de geldende maatregelen werden in het geheel niet nageleefd,” vervolgde de arbeidsinspecteur.

Openbaar aangeklaagd

Op dat moment werd de man gearresteerd door de onderzoeksrechter en kreeg hij een enkelband om. De openbare aanklager heeft de voormalige manager nu gedagvaard wegens mensenhandel, illegale tewerkstelling en het niet registreren van werknemers.

De openbare aanklager eiste naast een beroepsverbod, ook een effectieve straf van twee jaar gevangenisstraf en boetes. Niet alleen voor de voormalige werkgever, maar ook voor het bedrijf. “Hij ontmenselijkte hen voor zijn eigen voordeel. Dit is een moderne vorm van slavernij,” concludeerde de openbare aanklager.

Hulp

De advocaat van de beklaagde beweerde dat dit niet het geval was. Dat hij deze mensen enkel wilde helpen, maar dat zijn zaak niet goed liep, waardoor hij ze niet veel kon betalen. Zij woonden ook niet boven de zaak en het bewijs daarvoor is dat er geen persoonlijke spullen in de bakkerij werden gevonden.